De logica van de CPW 7-stappenaanpak: Een psychologische architectuur voor creativiteit en focus

door | jan 18, 2026 | Progressiegericht werken | 0 Reacties

De logica van de CPW 7-stappenaanpak: Een psychologische architectuur voor creativiteit en focus

Progressiegericht werken wordt vaak in één adem genoemd met positiviteit. Die associatie is begrijpelijk, maar wie de aanpak reduceert tot ‘positief doen’, mist de onderliggende logica. Psychologisch onderzoek laat namelijk zien dat positieve ervaringen en emoties niet op een simpele manier samenhangen met creativiteit. Het effect is afhankelijk van de motivationele intensiteit van de ervaring en van de fase in het creatieve proces. In dit artikel gebruik ik dat theoretische kader om de opbouw van de CPW 7-stappenaanpak te verhelderen. De aanpak blijkt niet slechts een lijstje vragen, maar een zorgvuldig ontworpen gespreksarchitectuur.

De 7-stappenaanpak in het kort

Voor we de diepte in gaan, eerst de stappen zoals ze in de methodiek zijn vastgelegd:

  1. Vragen naar het gewenste nut van het gesprek: Hoe kunnen we de tijd zo goed mogelijk besteden?
  2. Verhelderen van de progressiebehoefte: Waar wil je vooruitgang in boeken?
  3. Beschrijven van de gewenste toekomst: Hoe zou je willen dat je situatie wordt?
  4. Vaststellen van al bereikte progressie: Waar sta je nu op de schaal en wat heeft er goed gewerkt?
  5. Analyseren van progressie in het verleden: Wanneer ging het al eens beter en wat werkte er toen?
  6. Bedenken van een progressiestap: Waaraan merk je vooruitgang en wat ga je doen?
  7. Vragen naar het ervaren nut van het gesprek: Was ons gesprek nuttig?

Het doel van deze volgorde is om de gesprekspartner te begeleiden van een open, verkennende modus naar een gefocuste, uitvoerende modus.

Het theoretisch kader: Van breed naar smal

Onderzoek laat zien dat het effect van positieve ervaringen op onze aandacht verschilt:

  • Lage motivationele intensiteit (bijv. rustige tevredenheid of een aangename ervaring zonder sterke actiedrang): Dit gaat vaak samen met een verbreding van de aandacht. Dit ondersteunt de generatieve fase, waarin variatie, associaties en nieuwe invalshoeken centraal staan.
  • Hoge motivationele intensiteit (bijv. vastberadenheid of sterk “ergens naartoe willen”): Dit gaat vaker samen met een vernauwing (focus) van de aandacht. Dit is minder geschikt voor breed verkennen, maar kan juist functioneel zijn in latere fasen waarin selectie, uitwerking en volharding nodig zijn.

Voor progressiegericht werken betekent dit dat interventies het meest behulpzaam zijn wanneer ze passen bij de fase van het proces: soms eerst ruimte maken voor breed denken, en pas daarna toespitsen op gerichte stappen. De 7-stappenaanpak sluit goed aan bij deze psychologische curve.

Stap 1 & 2: De kalmerende start

Wanneer cliënten een gesprek binnenstappen met spanning of een sterke drang dat er iets moet veranderen (“Ik loop vast en het moet nú anders!”), is er vaak sprake van een hoge motivationele intensiteit die de blik kan vernauwen. De startvragen bij Stap 1 (Vragen naar het gewenste nut van het gesprek) nodigen uit tot reflectie. Dit helpt in veel gevallen om de acute druk van de ketel te halen. De focus verschuift van het dringende probleem naar het proces van het gesprek zelf, wat kan helpen om de intensiteit te verlagen en ruimte te maken voor breed denken.

Stap 3, 4 & 5: De ruimte voor verbeelding (De generatieve fase)

In het middenstuk is het doel om de brede aandacht te benutten om zoveel mogelijk ideeën en hulpbronnen te activeren.

  • Beschrijven van de gewenste toekomst (Stap 3): We vragen hier bewust hypothetisch: “Hoe zou je willen dat je situatie wordt?”. Dit voorkomt dat de cliënt blokkeert op haalbaarheid of directe actie. Iemand kan vrijuit verkennen (“Misschien wil ik wel strakker plannen, of misschien moet ik juist taken delegeren…”). Het faciliteert verbeelden zonder dwingende prestatiedruk.
  • Vaststellen van al bereikte progressie (Stap 4): De schaalvraag (0-10) nodigt het brein visueel uit om breder te kijken dan ‘alles of niets’. Door te onderzoeken wat er tussen de 0 en de huidige positie zit (“Wat heeft vooral goed gewerkt?”), kan een gevoel van rustige tevredenheid en competentie ontstaan. Dit is consistent met de bevinding dat positief affect met lage intensiteit samengaat met een open blik voor patronen.
  • Analyseren van progressie in het verleden (Stap 5): Hier verbreden we de blik nog verder. Waar stap 4 zich richtte op de basis (van 0 tot nu), zoeken we hier naar eerdere successen: momenten in het verleden die hoger lagen dan de huidige positie op de schaal. “Wanneer heb je al eens meegemaakt dat datgene wat je wilt bereiken al een beetje gebeurd is?”. Het herinneren van momenten waarop het al beter ging dan nu, levert krachtig bewijs dat progressie mogelijk is en voedt de generatieve fase met concrete succesfactoren.

Het scharnierpunt: De drietrapsraket

De overgang van het brede verkennen (stap 5) naar het concrete plannen (stap 6) is cruciaal. Om te voorkomen dat de cliënt te abrupt in de actiemodus moet schieten, gebruikt de aanpak hier een specifieke reeks vragen, die werkt als een zachte drietrapsraket:

  1. “Was het nuttig om deze situatie te bespreken?” (Reflectie op het proces)
  2. “Zo ja, wat vond je met name nuttig?” (Destilleren van de kern)
  3. Op wat voor idee voor een stapje progressie brengt je dit?” (De brug naar de toekomst)

Door deze reeks filtert de cliënt zelf de inzichten uit het verleden naar het heden. Het bereidt de geest voor op actie. 

Stap 6: Toespitsen van de aandacht

Bij Stap 6 (Bedenken van een progressiestap) verschuift het accent naar de uitvoerende fase. De volgorde van de vragen ondersteunt hierbij de functionele toespitsing van de aandacht.

  • Eerst: Waaraan zou je merken dat je een klein beetje vooruit bent gekomen? Dit is een vraag naar waarneming. Het vraagt de cliënt een beeld te vormen van het resultaat. Dit houdt de verbinding met de brede blik (de gewenste toekomst) nog even in stand.
  • Daarna: Hoe zou je een klein stapje vooruit kunnen zetten? Pas nadat het effect helder is, vragen we naar de actie. Dit faciliteert de overgang naar focus (“Ik ga vanavond mijn laptop om 20:00 dichtklappen.”). Deze vraag sluit aan bij de functionele vernauwing van de aandacht die nodig is voor uitvoering: alle opties vallen weg, behalve dat ene stapje voor morgen.

Stap 7: Integratie en leren 

De afsluitende stap, Vragen naar het ervaren nut van het gesprek, brengt de cliënt weer terug naar een reflectieve modus. De focus op actie maakt plaats voor integratie. Door terug te kijken (“Wat was er met name nuttig?”), daalt de intensiteit doorgaans weer. Dit ondersteunt het borgen van het geleerde en het ontspannen afronden van het contact.

Conclusie

De kracht van de CPW 7-stappenaanpak zit niet alleen in de vragen zelf, maar in de logische opbouw. De gespreksarchitectuur houdt rekening met de psychologie van creativiteit: eerst condities scheppen voor breed kijken (lage intensiteit), om pas daarna – op basis van die rijkdom aan inzichten – toe te spitsen op de uitvoering (hoge intensiteit).

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (1)
  • Bruikbaar (1)

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

 

► UPDATES & REACTIES