Zal moreel universalisme, ondanks alles wat we vandaag de dag in de wereld zien gebeuren, blijven groeien?
Wie vandaag het nieuws opent, wordt waarschijnlijk niet vrolijk. Van de felle ‘America First’-retoriek en de verharding in het publieke debat tot het onvermogen om klimaatverandering daadkrachtig aan te pakken: de wereld lijkt zich terug te trekken in loopgraven. De droom van een open, verbonden wereld maakt plaats voor een tijdperk van muren, identiteitsstrijd en eigenbelang. Het voelt alsof de vooruitgang tot stilstand is gekomen, of erger nog: dat we de klok aan het terugdraaien zijn. Maar is dat het hele verhaal? Wie uitzoomt en kijkt naar de eeuwen in plaats van de dagkoersen, ziet wellicht een ander patroon. Ooit heb ik gewezen op vijf materiële macrotrends die de menselijke geschiedenis tekenen: we worden minder antropocentrisch, onze netwerken verdichten, we werken meer samen, onze collectieve intelligentie groeit en geweld neemt af. Zou het kunnen dat deze vijf trends worden aangedreven door een zesde macrotrend, die van moreel universalisme?
Van de stam naar de wereld
Om deze trend te herkennen, moeten we eerst kijken naar hoe de menselijke moraal van oudsher werkt. Voor het overgrote deel van onze geschiedenis was moraal iets lokaals. Je had plichten tegenover je familie, je stam, en later je landgenoten. Maar daarbuiten? Een slaaf had geen rechten, een vrouw had andere rechten dan een man, en een dier was een object. Dat was de standaardinstelling: je zorgde voor de ‘eigen’ kring, en de rest was, moreel gezien, irrelevant. Het lijkt erop dat we, heel langzaam en met veel vallen en opstaan, die grenzen aan het uitgummen zijn. We lijken steeds vaker te beseffen dat kenmerken als geboorteplaats, gender of zelfs soort er moreel gezien misschien niet toe doen. Filosofen noemen deze verschuiving moreel universalisme: het idee dat fundamentele rechten en zorg gelden voor alle wezens die kunnen lijden, ongeacht wie of waar ze zijn.
De uitdijende morele kring
Veel felle discussies van vandaag de dag gaan over onderwerpen als:
- Geografie: Steeds meer mensen voelen ongemak bij het idee dat de geboorteplaats van een kind bepaalt of het recht heeft op veiligheid of voedsel.
- Identiteit: De wereldwijde strijd voor lhbtq+-rechten komt voort uit de gedachte dat ‘mens zijn’ de enige voorwaarde is voor waardigheid, en dat wie je liefhebt daar niets aan afdoet.
- Soort: We zien een groeiend ongemak bij de bio-industrie. Als een varken pijn kan lijden en verdriet kan hebben net als wij, is het dan nog wel logisch om het minder morele consideratie te geven?
- Tijd: De opkomst van klimaatethiek suggereert dat we zelfs beginnen de belangen van toekomstige generaties (mensen die nog niet bestaan) mee te wegen in onze beslissingen van vandaag.
De filosoof Peter Singer (1981) noemde dit proces the expanding circle, ofwel uitdijende kring. Het is de gedachte dat de cirkel van wezens om wie wij geven steeds een stukje groter wordt.
De hardware en software van beschaving
Waarom zou dit juist nu gebeuren? Misschien niet omdat we ineens ‘betere mensen’ zijn geworden, maar omdat onze wereld het nodig heeft. Je zou de menselijke beschaving kunnen vergelijken met een computer. De afgelopen eeuwen hebben we onze hardware drastisch geüpgraded. We hebben een wereldwijd web gesponnen van handel, internet en ecologische afhankelijkheid. Maar hardware alleen doet niets. Om dit immense netwerk te laten draaien, heb je een besturingssysteem nodig. Je hebt ‘software’ nodig die ervoor zorgt dat we kunnen samenwerken met mensen die heel anders lijken dan wij, aan de andere kant van de wereld.
Zou het kunnen dat universalisme fungeert als die software? In een geglobaliseerde wereld lijkt het systeem vast te lopen als we blijven denken in termen van “wij tegen de rest”. Klimaatverandering en pandemieën trekken zich niets aan van landsgrenzen. De complexiteit van onze huidige wereld lijkt ons bijna te dwingen om onze morele blik te verruimen.
Universalisme vs. particularisme
Als dit verhaal van een uitbreidende cirkel klopt, waarom voelt de samenleving dan zo verdeeld? Waarom roept deze ontwikkeling zoveel weerstand op? Hier biedt recent onderzoek uit de gedragseconomie een interessante bril. Onderzoeker Benjamin Enke (Harvard) suggereert dat de politieke strijd van de 21e eeuw misschien niet meer gaat over ‘links vs. rechts’, maar over Universalisme vs. Particularisme (Enke et al., 2023).
Is moreel opschakelen pijnlijk en eng?
Zijn data laten zien dat universalisme mogelijk niet gratis is. Er lijkt een psychologische trade-off te bestaan. Mensen die hun morele cirkel heel ver oprekken (naar de hele wereld, naar dieren, naar de toekomst), hebben volgens dit onderzoek vaak minder hechte lokale banden (Enke et al., 2022). Ze geven om ‘de mensheid’, maar zijn soms minder geworteld in hun eigen buurt. Tegenover hen staan de mensen met een meer particularistische instelling. Zij zeggen: “Zorg eerst voor je eigen familie, je eigen tradities, je eigen omgeving.” Voor hen kan de uitbreiding van de morele cirkel voelen als een verwatering van de zorg voor de eigen groep, als een verlies van geborgenheid. Zou het kunnen dat de huidige “dip” – de polarisatie, de culture wars – de frictie is die ontstaat omdat we moreel aan het opschakelen zijn? Dat we proberen planetaire verantwoordelijkheid te nemen met een brein dat geëvolueerd is voor het leven in een kleine stam, en dat dit simpelweg pijn doet? Zijn we misschien bang voor verlies van identiteit of controle?
Een perspectief van hoop?
Moeten we dan somber zijn over de toekomst? Dat hoeft niet. Je zou de huidige tegenwind ook kunnen zien als een teken dat de trend werkt. Het verzet tegen bepaalde rechten is wellicht zo fel omdat de acceptatie ervan wereldwijd terrein wint en oude normen uitdaagt. Bovendien lijkt de realiteit ons die kant op te duwen. Of het nu gaat om CO2, virussen of kunstmatige intelligentie: de grote problemen van deze tijd zijn universeel van aard. Een antwoord dat stopt bij de landsgrens (“eigen volk eerst”) lijkt steeds minder toereikend voor planetaire problemen.
Naar een ‘geworteld kosmopolitisme’
Misschien ligt de uitdaging voor de komende decennia niet in het kiezen tussen de stam of de wereld, maar in het vinden van een synthese. De filosoof Kwame Anthony Appiah stelt het concept van “geworteld kosmopolitisme” voor. Zou dat de weg vooruit kunnen zijn? Een houding waarbij we onze morele cirkel blijven uitbreiden – omdat we niet terug willen naar een tijd van uitsluiting – maar waarbij we ook erkennen dat mensen behoefte hebben aan een ’thuis’ en een directe gemeenschap.
Misschien is de zesde macrotrend geen onstuitbare natuurkracht, maar een uitnodiging. Een uitnodiging om te onderzoeken of we burgers van de wereld kunnen zijn, zonder te vergeten waar we vandaan komen.
Referenties
- Enke, B., Rodríguez-Padilla, R., & Zimmermann, F. (2023). Moral Universalism and the Structure of Ideology. The Review of Economic Studies, 90(4), 1934–1962.
- Enke, B., Rodríguez-Padilla, R., & Zimmermann, F. (2022). Moral Universalism: Measurement and Economic Relevance. Management Science, 68(5), 3590–3603.
- Singer, P. (1981). The Expanding Circle: Ethics, Evolution, and Moral Progress. Princeton University Press.



geweldig artikel weer, dank hiervoor. Ik heb het gedeeld op Linkedin.