Er is veel bewijs voor de effectiviteit van autonomie-ondersteunend leiderschap en onderwijs. Wanneer ik opper dat deze benadering ook in de opleiding van elitemilitairen beter werkt dat dan de dwingende en vernederende stijl die we soms in films zien, onmoet ik soms scepsis. Kan zo’n benadering wel werken in de extreme context van commando’s en mariniers? Is dat niet te soft? Het beeld dat velen hebben van militaire vorming is dat van ‘hardheid’ door controle. De instructeur schreeuwt, de rekruut gehoorzaamt. Denk aan Gunnery Sergeant Hartman in Full Metal Jacket, die zijn rekruten onmiddellijk dehumaniseert door te brullen dat ze ‘niet eens menselijke wezens’ zijn, maar ‘de laagste vorm van leven op aarde’. Hij eist totale onderwerping: ‘Vanaf nu spreken jullie alleen wanneer ik het zeg, en het eerste en laatste woord uit jullie smerige riolen is ‘Sir’!’ Het doel is de soldaat tot een wapen te maken, maar de film laat ook zien waar deze stijl toe kan leiden: Private Pyle, het mikpunt van de vernederingen, wordt niet gehard, maar breekt eronder. Die logica van ‘hardheid door dwang’ heeft mij nooit overtuigd. Twee associaties dringen zich bij mij op — beide met een vergelijkbare afloop.
De opvoedfilosofie van Anton Bruinsma
Bij de roep om hardheid moet ik ten eerste denken aan Anton Bruinsma, de directeur van de Raak-limonadefabriek. Hij hield er een genadeloze filosofie op na om zijn zoon voor te bereiden op de “boze buitenwereld”. Het verhaal gaat dat hij zijn zoontje op een hoge kast zette. “Spring maar,” zei hij, zijn armen uitnodigend gespreid, “ik vang je op.” De jongen sprong vol vertrouwen. Op het laatste moment trok vader Anton zijn armen in en liet zijn kind hard op de grond vallen. Zijn les? “Ik wil je leren dat de wereld hard is en dat je niemand kunt vertrouwen.” De jongen was Klaas Bruinsma. Hij groeide niet uit tot een weerbare, goed functionerende burger, maar tot ‘De Dominee’: een van de meest gevreesde en gewelddadige criminelen uit de Nederlandse geschiedenis. Hoewel dit een extreme illustratie is, laat het verhaal pijnlijk zien hoe een opvoeding zonder veiligheid geen karakter bouwt, maar mogelijk destructieve breuklijnen creëert.
De gebroken commando
Een tweede associatie kwam naar boven tijdens een training die ik gaf. Iemand vroeg mij: “Werkt die aanpak van autonomie-onderrsteuning ook bij commando’s? Daar móét je toch drillen en vernederen?” Nog voordat ik kon antwoorden, reageerde een medecursist. Ze vertelde over haar broer, die zo’n zware militaire opleiding had doorlopen. “Hij heeft daar zeker vaardigheden geleerd,” zei ze, “maar het heeft hem als mens beschadigd.” Haar broer was zo gedrilld om bevelen op te volgen, dat hij in het burgerleven geen eigen kompas meer heeft. Hij is puur reactief geworden, niet goed meer in staat om zelf betekenis te vinden of ergens interesse in te tonen.
Wat zegt onderzoek?
Een relevant onderzoeksgebied voor deze vraag is dat van de zelfdeterminatietheorie (ZDT). We weten dat mensen floreren wanneer hun psychologische basisbehoeften aan autonomie, competentie en verbondenheid bevredigd worden. Maar geldt dit ook voor beroepen waarbij op een gegeven moment de kogels je om de oren kunnen vliegen?
Voor we naar onderzoek kijken, wil ik eerst een misverstand uit de weg helpen. Een belangrijk misverstand is dat autonomie in deze context betekent dat soldaten democratisch mogen ‘kiezen’ of ze een bevel opvolgen. Dat is onjuist. Autonomie binnen de ZDT gaat over volitie: het vermogen om volledig achter je eigen handelen te staan. Een autonoom gemotiveerde militair handelt niet uit angst voor straf, maar omdat hij de noodzaak van de opdracht begrijpt en de missie heeft geïnternaliseerd.
Ik heb gezocht naar empirisch bewijs voor de effectiviteit van autonomie-ondersteuning in militaire contexten. De uitkomsten weerleggen de mythe van de schreeuwende instructeur.
- Autonomie kan leiden tot betere prestaties: Sceptici denken soms dat autonomie ten koste gaat van de prestatie. Een veldexperiment tijdens de Paralympische Spelen van Londen (2012) toonde het tegendeel aan. Coaches die werden getraind in een autonomie-ondersteunende stijl zagen dat hun atleten niet alleen gemotiveerder bleven, maar ook objectief beter presteerden: de atleten onder deze coaches wonnen significant meer medailles dan de atleten in de controlegroep met een meer dwingende stijl (Cheon et al., 2015).
- Een controlling stijl kan leiden tot cognitieve schade: Het idee dat je mensen ‘hard’ maakt door ze constant onder druk te zetten, werkt averechts. Experimenteel onderzoek toont aan dat studenten onder een controlerende leraar significant hogere cortisolwaarden aanmaken dan studenten bij een autonomie-ondersteunende leraar (Reeve & Tseng, 2011). Terwijl kortstondige stress soms nuttig kan zijn, zorgt chronische stress voor ‘Allostatische belasting‘ (slijtage). Dit kan leiden tot schade aan de hippocampus en problemen met geheugen en probleemoplossend vermogen. Dwang maakt mensen op lange termijn dus niet harder, maar cognitief beperkter.
- Veerkracht door ‘Secure Base Leadership’ In militaire training is veerkracht (resilience) cruciaal: het vermogen om te blijven functioneren onder extreme stress. Recent onderzoek naar Secure Base Leadership – een leiderschapsstijl die veiligheid en autonomie combineert – in militaire academies toont aan dat deze benadering de veerkracht van cadetten verhoogt (Navas-Jiménez et al., 2024). Ook in de Zwitserse strijdkrachten is aangetoond dat leiderschap gericht op vertrouwen en ontwikkeling (transformationeel leiderschap) rekruten beschermt tegen de negatieve effecten van stress tijdens de basisopleiding (Sefidan et al., 2021). Een ‘harde’, dwingende aanpak ondermijnt juist de mentale weerbaarheid die nodig is in gevechtssituaties.
- Autonomie hangt samen met meer self-efficicay en lagere uitval: Specifiek binnen de Nederlandse krijgsmacht zijn er aanwijzingen dat autonomie werkt. Een studie van TNO onder rekruten van de Koninklijke Marine liet zien dat wanneer instructeurs autonomie ondersteunen (door uitleg te geven en perspectief te bieden), dit samenhangt met een hogere self-efficacy (vertrouwen in eigen kunnen) bij de rekruten. Dit hogere zelfvertrouwen was vervolgens gerelateerd aan minder uitval (attrition) tijdens de zware initiële opleiding (Delahaij et al., 2014). Het ‘breken’ van rekruten lijkt dus risicovol voor het behoud van potentieel talent.
- Meer werktevredenheid en beter zelf kunnen nadenken: De militaire doctrine van Mission Command (Opdrachtgerichte Commandovoering) is in feite de militaire vertaling van autonomie-ondersteuning. Recent onderzoek in de Noorse krijgsmacht bevestigt dat soldaten die deze leiderschapsstijl ervaren, een hogere autonome motivatie rapporteren. Dit hangt sterk samen met een grotere werktevredenheid en een lagere intentie om de dienst te verlaten (Knevelsrud et al., 2023). In een complex gevechtsveld is de soldaat die zelf kan nadenken superieur aan de soldaat die wacht op een bevel.
Conclusie
De heropbouw van onze krijgsmacht is noodzakelijk, maar laten we niet blind teruggrijpen naar achterhaalde leiderschaps- en opleidingsfilosofieën. Hardheid is nodig, maar er is een cruciaal verschil tussen iemand hard maken door hem te breken, of iemand hard maken door hem te bouwen. Een dwingende, vernederende stijl is niet alleen ethisch zee problematisch, maar ook operationeel inferieur. Als we militairen willen die in de turbulentie van de 21e eeuw overeind blijven, die initiatief tonen en moreel juist handelen, dan is autonomie-ondersteuning geen ‘soft’ alternatief, maar de meest betrouwbare weg naar effeciviteit.
Bronnen
- Cheon, S. H., Reeve, J., Lee, J., & Lee, Y. (2015). Giving and receiving autonomy support in a high-stakes sport context: A field-based experiment during the 2012 London Paralympic Games. Psychology of Sport and Exercise, 19, 59-69.
- Delahaij, R., Theunissen, N. C., & Six, C. (2014). The influence of autonomy support on self-regulatory processes and attrition in the Royal Dutch Navy. Learning and Individual Differences, 30, 177-181.
- Knevelsrud, H., Sørlie, H., & Valaker, S. (2023). Mission command: A self-determination theory perspective. Military Psychology, 36, 672–688.
- Navas-Jiménez, M., et al. (2024). Secure Base Leadership in military training: enhancing organizational identification and resilience through work engagement. Frontiers in Psychology, 15.
- Reeve, J., & Tseng, C. M. (2011). Cortisol reactivity to a teacher’s motivating style: The biology of being controlled versus supported. Motivation and Emotion, 35(1), 63-74.
- Sefidan, S., et al. (2021). Transformational Leadership, Achievement Motivation, and Perceived Stress in Basic Military Training: A Longitudinal Study of Swiss Armed Forces. Sustainability, 13(24).


0 reacties