Lang gold het idee dat het brein vooral reageert op wat de zintuigen aanbieden: er gebeurt iets buiten ons, het brein verwerkt die input en produceert een respons. Dat model is te smal. Onderzoek laat zien we dat mensen voortdurend anticiperen: ze letten vooral op wat ze verwachten te zullen zien en bereiden hun handelen daarop voor (Huettig, 2025; Yon, 2024). Dit is de kern van het voorspellende brein: het vormt doorlopend verwachtingen over de eerstvolgende momenten, gebruikt die verwachtingen om aandacht en actie te organiseren en vergelijkt daarna de uitkomst met wat werd verwacht. Het verschil tussen verwachting en uitkomst is een leersignaal dat aangeeft hoe het eigen situatiebeeld kan worden aangescherpt. Zo ontstaat een voorspellingslus: eerst verwachtingen vormen, vervolgens handelen, daarna waarnemen en ten slotte bijstellen. In deze lus voltrekken leren en aanpassing zich van seconde tot seconde.
Vier bouwstenen van het voorspellende brein
Vier concepten zijn belangrijk om het voorspellende brein goed te begrijpen. Samen vormen ze één mechanisme: inhoud (verwachtingen), vorm (mentale scripts), signaal (predictiefouten) en proces (voorspellingslus).
- Verwachtingen—vaak priors genoemd—zijn de werkhypothesen waarmee iemand een situatie binnengaat: ingeslepen aannames én verse inschattingen over wat waarschijnlijk is.
- Mentale scripts: Verwachte stappenplannen van gebeurtenissen en handelingen die de eerste seconden van aandacht en actie organiseren. Taal, timing en context kunnen scripts tijdelijk versterken: een korte formulering, herkenbare cue of vooraf afgesproken volgorde activeert al een richting nog vóórdat er iets is gebeurd.
- Predictiefouten zijn de kleine of grotere verrassingen die laten zien dat de werkelijkheid net anders loopt dan gedacht en die richting geven aan bijstelling.
- Voorspellingslus: Een cyclische sequentie waarin eerst aannames worden gevormd, vervolgens gehandeld wordt, daarna waarneming plaatsvindt en ten slotte bijstelling volgt. Elke ronde gebruikt de uitkomst als informatie voor de volgende.
Hoe de voorspellingslus werkt
Laten we naar enkele voorbeelden kijken van hoe de voorspellingslus werkt.
- In een klaslokaal heeft een docent al vóór de eerste zin een beeld van de start van de les. Dat beeld stuurt waar de docent naar kijkt en welke opening passend lijkt. Reageert de groep anders dan verwacht, dan levert dat informatie op over welk element van het mentale script aanpassing vraagt en welke kleine verandering de volgende minuut plausibel beter maakt.
- In een teamgesprek bepalen wederzijdse verwachtingen welke details opvallen en welke woorden gekozen worden; als het gesprek anders verloopt dan voorzien, wordt zichtbaar welke mini-aanpassing het gesprek beter laat aansluiten bij deze persoon en deze context.
- In opvoedingssituaties werkt dit hetzelfde: een ouder die vooraf bedenkt hoe hij een verzoek formuleert, merkt sneller welke formulering spanning oproept en welke juist ruimte creëert, en verfijnt zo stap voor stap het eigen script.
De voorspellingslus in de progressiegerichte praktijk
Het paradigma van het voorspellende brein past goed bij progressiegericht werken. De progressiegerichte aanpak richt de aandacht op betekenisvolle progressie in concrete situaties via doelgerichte vragen, kleine stappen en systematische reflectie. Door de bril van het voorspellende brein worden die werkvormen één doorlopende beweging: verwachtingen voorbereiden, handelen, waarnemen en bijstellen.
Wanneer je de gewenste situatie verkent, gaat het niet om wensdenken maar om het voorbereiden van bruikbare verwachtingen: wat zal iemand merken, wat zal hij of zij doen en welke signalen duiden erop dat het op koers ligt. Eerdere successen en wat al werkt leveren hierbij de bouwstenen. Door te achterhalen in welke context, met welke formuleringen en in welke volgorde het eerder lukte, wordt het mentaal script concreet gemaakt voor de eerstvolgende soortgelijke situatie.
Een kleine, haalbare stap zorgt vervolgens voor een observeerbare uitkomst. Komt die overeen met de verwachting, dan wordt het script geloofwaardiger; wijkt die af, dan laat precies die afwijking zien welke bijstelling zinvol is. Dit is de kern van progressiemonitoring: vooraf expliciet maken wat werd verwacht, daarna precies kijken wat is geobserveerd en ten slotte benoemen welke kleine aanpassing volgt. Als iemand vastzit in een statische mindset, is praten alleen meestal niet genoeg. Dan organiseer je betekenisvolle micro-experimenten: bescheiden, veilige handelingen die nieuwe waarnemingen opleveren. Die nieuwe waarnemingen werken als informatieve predictiefouten en zetten het interne model een tikje in de richting van een groeimindset.
Zo vormen terugkijken en vooruitkijken één lus die steeds verfijnder wordt.
De zelfdeterminatietheorie en het voorspellende brein
De koppeling tussen het voorspellende brein en de zelfdeterminatietheorie is concreet. Autonomie-ondersteunend sturen vergroot de bereidheid om verwachtingen te herzien, omdat mensen ervaren dat zij eigenaar zijn van de gekozen stappen en begrijpen waarom een volgende stap de moeite waard is. Dat voedt de autonome motivatie om een nieuw script te proberen. Kleine, haalbare stappen versterken de ervaring van competentie; daardoor wordt de verwachting “dit kan ik” realistischer en ontstaat er ruimte om predictiefouten als nuttige informatie te gebruiken. Door verwachtingen wederzijds te maken—helder zijn over wat je van elkaar verwacht—neemt verbondenheid toe, wat het veiliger maakt om nieuwe informatie toe te laten en scripts te verfijnen. In deze zin bieden de psychologische basisbehoeften de sociale en motivationele voorwaarden waaronder de voorspellingslus optimaal kan werken.
Taal creëert verwachtingen
Taal werkt als voorbereiding op waarneming en gedrag binnen het model van het voorspellende brein. Een neutrale, toekomstgerichte formulering kan een mentaal script activeren en de eerste seconden van handelen richting geven. Een docent die aankondigt dat de les start met één rustige zin en daarna een korte oefening, zet een verwachtingspatroon klaar dat zowel aandacht als actie ordent. Een leidinggevende die een gesprek opent met een uitnodigende vraag, creëert een verwachting over het verloop van de eerste minuten en maakt het waarschijnlijker dat de waarnemingen passen bij het beoogde script. Als de gebeurtenis toch anders verloopt, levert dat direct het leersignaal op voor een gerichte bijstelling bij de volgende poging.
Conclusie
Het model van het voorspellende brein beschrijft wat er in het brein gebeurt wanneer progressiegerichte interventies werken. Verwachtingen organiseren aandacht en eerste handelingen, predictiefouten leveren het leersignaal voor bijstelling, en zorgvuldig ontworpen ervaringen laten het systeem leren. Voor professionals in opvoeding, onderwijs en werk betekent dit dat het loont om verwachtingen bewust vorm te geven met rijke toekomstbeelden, kleine stappen te kiezen die informatieve feedback opleveren en systematisch zichtbaar te maken hoe verwachtingen en gedrag zich ontwikkelen.
► Als je dit wilt uitproberen: welke kleine progressievoorspelling wil jij vóór je eerstvolgende belangrijke situatie formuleren, en waaraan ga je merken dat die werkt?
Referenties
- Huettig, F. (2025). Looking Ahead: The New Science of the Predictive Mind. Cambridge University Press.
- Yon, D. (2025). A trick of the mind: how the brain invents your reality. Cornerstone.


0 reacties