Complexe systemen vragen om de eenvoud van progressiegericht werken

Progressiegericht werken krijgt steeds meer aandacht. Maar wanneer is deze aanpak vooral bruikbaar? En wat is het verschil tussen progressiegericht werken en het zoeken naar probleemoorzaken? Deze thema’s bespreek ik hieronder. Ik kom tot een paradoxale conclusie: de complexiteit van menselijk gedrag en organisaties vraagt om de eenvoud van progressiegericht werken. Met andere woorden: veel problemen in het functioneren van mensen en organisaties bevinden zich in complexe systemen en kunnen het beste met een progressiegerichte benadering kunnen worden aangepakt. Lees verder »

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (7)
  • Bruikbaar (6)

Training in hoogwaardig luisteren voor gesprekken over meningsverschillen

Training in hoogwaardig luisteren voor gesprekken over meningsverschillen

In veel landen worden debatten harder en gepolariseerder, terwijl de bereidheid om echt naar elkaar te luisteren onder druk staat. In plaats van te proberen de ander te begrijpen, zijn mensen vaak bezig met overtuigen, corrigeren of wegzetten. Een studie van Moin et al. (2025) onderzoekt of een relatief korte training in hoogwaardig luisteren mensen kan helpen om beter te luisteren naar iemand met wie ze diepgaand van mening verschillen. Ook kijkt de studie naar wat dit doet met zelfinzicht en attitudeverandering.

Lees verder »

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (0)
  • Bruikbaar (0)

Activerende gesprekstechnieken voor coaches

Activerende gesprekstechnieken voor coaches

In progressiegerichte coachingsgesprekken zijn cliënten doorgaans meer aan het woord dan coaches. Ze krijgen ruim de gelegenheid om hun gedachten uit te spreken en hardop na te denken. Coaches sluiten aan op wat cliënten zeggen en stellen vragen die hen uitnodigen om verder te praten. Stap voor stap formuleren cliënten zo welke progressie ze willen bereiken en hoe ze daaraan kunnen werken. Soms komen cliënten toch niet zo gemakkelijk op gang in een gesprek. Coaches vragen zich dan regelmatig af hoe ze cliënten die niet zo spraakzaam zijn toch kunnen activeren. In dit artikel beschrijf ik enkele van die activerende gesprekstechnieken.

Lees verder »

Wat vind je van dit artikel?
  • Bruikbaar (19)
  • Interessant (12)

Gepercipieerde groepsbehandeling en welbevinden: de rol van identiteit en psychologische basisbehoeften

Gepercipieerde groepsbehandeling en welbevinden: de Rol van Identiteit en psychologische basisbehoeften

De zelfdeterminatietheorie legt uit dat mensen zich beter voelen wanneer drie psychologische basisbehoeften worden vervuld: autonomie, competentie en verbondenheid. Minder vaak wordt bekeken wat er gebeurt als je merkt dat jouw groep in de samenleving positief of negatief wordt benaderd. Hangt dat samen met hoe jij je voelt en functioneert? Een nieuw artikel van Waterschoot et al. (2025) kijkt precies hiernaar. De hoofdlijn is dat hoe mensen de behandeling van hun groep ervaren, samenhangt met hoe goed hun eigen basisbehoeften worden vervuld en met hun welbevinden. Er is ook onderzocht of dit verband sterker is voor mensen voor wie de groepsidentiteit erg belangrijk is.

Lees verder »

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (1)
  • Bruikbaar (1)

Zelfhandicappen: hoe statische mindset via faalangst tot zelfsabotage leidt

Zelfhandicappen hoe statische mindset via faalangst tot zelfsabotage leidt

Heb je wel eens een taak voor je uitgeschoven tot het allerlaatste moment, wetende dat dit je kans op succes verkleint? Of heb je vlak voor een belangrijke presentatie ineens de drang gevoeld om je inbox op te ruimen, je bureau te reorganiseren of andere ‘dringende’ taken te doen? Dit gedrag, waarbij we onze eigen prestaties ondermijnen, heet zelfhandicappen (self-handicapping). Het is een krachtige, maar vaak onbewuste psychologische strategie om onszelf te beschermen tegen het risico dat falen wordt gezien als een blijvend tekort aan eigen capaciteit.

Lees verder »

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (1)
  • Bruikbaar (1)

Mindsetcultuur en erbij horen: de grote invloed van leeftijdsgenoten

Mindsetcultuur en erbij horen de grote invloed van peers

Wanneer leerlingen en studenten een nieuwe school of klas binnenstappen, spoken er vaak twee vragen door hun hoofd: “Kan ik dit niveau aan?” en “Hoor ik hier wel thuis?”. Deze vragen zijn psychologisch nauw met elkaar verweven. Zeker tijdens de adolescentie, een periode waarin de mening van leeftijdsgenoten (peers) vaak zwaarder weegt dan die van volwassenen. We weten dat een groeimindset – de overtuiging dat capaciteiten ontwikkeld kunnen worden – essentieel is voor veerkracht. Maar recent onderzoek verschuift de focus: wat als de omgeving een statische mindset uitdraagt, zelfs als het individu zelf in groei gelooft? Een nieuw theoretisch artikel van Seo et al. (2025) duikt in een krachtige maar vaak onderbelichte context: de peer mindsetcultuur. Dit artikel biedt een raamwerk om te begrijpen hoe de gedeelde overtuigingen onder leeftijdsgenoten het gevoel van ‘erbij horen’ (belonging) kunnen maken of breken.

Lees verder »

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (1)
  • Bruikbaar (1)

Intrinsieke en extrinsieke motivatie: vaak verkeerd begrepen termen

Intrinsieke en extrinsieke motivatie: vaak verkeerd begrepen termen

In de wereld van leiderschap, onderwijs en progressiegericht werken zijn intrinsieke motivatie en extrinsieke motivatie veelgehoorde termen. Ze duiken op in populaire artikelen en in onderlinge gesprekken, maar niet zelden met een uitleg die niet klopt. Als u deze termen kent, is de kans groot dat u de volgende, veelgehoorde interpretatie bent tegengekomen:

Intrinsieke motivatie komt van binnenuit de persoon (gedreven door het zelf), terwijl extrinsieke motivatie van buiten de persoon komt (beloning of straf).

Hoewel deze indeling logisch en intuïtief klinkt, is deze interpretatie fout. In dit artikel hanteer ik het begrippenkader van de zelfdeterminatietheorie, omdat dit kader precies maakt waar het onderscheid werkelijk over gaat: de relatie tot de activiteit. Het voorkomt de hardnekkige verwarring tussen internaliteit en autonomie, en biedt een continuüm waarop extrinsieke motivatie kan variëren van gecontroleerd naar autonoom, met sterke empirische onderbouwing in onderwijs en werk (Ryan & Deci, 2000; Ryan & Deci, 2002).

Lees verder »

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (1)
  • Bruikbaar (1)

Werkplekleren draait om autonome motivatie, leerdoelen, taakontwerp en leercultuur

Werkplekleren draait om autonome motivatie, leerdoelen, taakontwerp en leercultuur

In de hedendaagse arbeidsmarkt is continu leren belangrijk. Dit geldt voor zowel werknemers als organisaties. De markt wordt gekenmerkt door snelle technologische vooruitgang, flexibele werkvormen en toenemende arbeidsmobiliteit. Omdat formele programma’s zoals cursussen en trainingen vaak niet direct aansluiten bij de onmiddellijke en veranderende behoeften, wint werkplekleren aan belang. Dit type leren wordt gedefinieerd door de integratie van leren en werken, waarbij competentieontwikkeling deel uitmaakt van de dagelijkse taken en interacties. Een systematische review van Wijga et al. (2025) onderzocht de factoren – of antecedenten – die de betrokkenheid bij deze geïntegreerde leeractiviteiten bevorderen of belemmeren. Het onderzoek integreert inzichten uit studies gepubliceerd van 2012 tot 2022.

Lees verder »

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (1)
  • Bruikbaar (1)

De uitdaging van gecontroleerde oriëntatie: hoe autonomie-ondersteuning toch effectief kan worden

De uitdaging van gecontroleerde oriëntatie: hoe autonomie-ondersteuning toch effectief kan worden

In veel contexten zie je mensen die gemotiveerd zijn door externe prikkels: ze streven naar beloningen, willen kritiek vermijden of voldoen aan verwachtingen van anderen. Hun motivatie komt niet van binnenuit, maar is afhankelijk van druk, controle of de wens om goedkeuring te krijgen. De zelfdeterminatietheorie (ZDT) noemt dit mensen met een gecontroleerde oriëntatie (CO). Voor hen is gedrag vooral extern gemotiveerd: aangestuurd door straf, beloningen, druk of sociale normen. Tegelijk blijkt uit onderzoek dat niet een controlerende motivatiestijl maar juist autonomie-ondersteuning essentieel is voor kwalitatief goede motivatie. Een belangrijke vraag is: hoe ondersteun je autonomie bij mensen die van nature juist sterk op externe prikkels gericht zijn? De praktijk leert dat bij gecontroleerde motivatie dezelfde autonomie-ondersteunende benadering soms direct positief ontvangen wordt, en soms weerstand oproept. Dit artikel onderzoekt hoe dat komt, welke rol context speelt, en hoe je autonomie-ondersteuning effectief kunt afstemmen op mensen met een CO.

Lees verder »

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (0)
  • Bruikbaar (0)
 

► UPDATES & REACTIES

Archieven