Barbara Fredrickson ontwikkelde de broaden-and-build-theorie en stelde dat positieve emoties het denken en handelen op het moment zelf verbreden (Fredrickson, 2001). Zij koppelde deze verbreding expliciet aan creativiteit en ontdekkend gedrag. Volgens haar worden mensen in zulke momenten speelser en flexibeler. Daardoor zouden zij gemakkelijker alternatieven verkennen en nieuwe combinaties vormen. Fredrickson stelde bovendien dat zulke momenten op langere termijn bijdragen aan het opbouwen van hulpbronnen, zoals cognitieve vaardigheden en sociale verbindingen. Deze theorie heeft het denken over creativiteit sterk beïnvloed. Tegelijk heeft later onderzoek laten zien dat het verband tussen positieve emoties en creativiteit minder algemeen is dan deze formulering suggereert. Het effect komt vaak voor, maar niet altijd. De aard van de ervaring en de aard van de taak blijken belangrijk.
Emotie, stemming en positief affect
In dit artikel maak ik onderscheid tussen emotie, stemming en positief affect. Onder een emotie verstaan onderzoekers doorgaans een kortdurende, intense reactie op een specifieke prikkel, zoals een moment van vreugde of interesse (Barrett, 2017a). Een stemming daarentegen is een diffuser en langer aanhoudend gevoel zonder duidelijke aanleiding, zoals een opgewekte bui (Davis, 2009). Ik gebruik de term positief affect als verzamelnaam voor beide. Die keuze is praktisch: waar Fredrickson specifiek sprak over kortstondige emoties (Fredrickson, 2001), richten veel empirische studies zich op stemmingen, omdat deze langer aanhouden tijdens het uitvoeren van een creatieve taak. Door positief affect als koepelbegrip te gebruiken, kunnen we beide perspectieven meenemen. Wel houd ik het onderscheid zichtbaar, omdat het helpt verklaren waarom onderzoeksresultaten soms van elkaar verschillen (Baas et al., 2008).
Vroege empirische aanwijzingen
Vroege experimenten lieten zien dat positieve ervaringen prestaties verbeteren op specifieke taken die vragen om herstructurering of het leggen van ongebruikelijke associaties (Isen et al., 1987). Dit sluit goed aan bij Fredricksons theorie dat positieve emoties het denken verbreden. Wel is nuance nodig: deze taken meten niet ‘creativiteit in het algemeen’, maar specifieke cognitieve processen (Davis, 2009). De Remote Associates Test illustreert die nuance goed. Omdat deze taak per opgave slechts één juist antwoord vraagt, wordt hij technisch als ‘convergent’ (gericht op één punt) geclassificeerd (Baas et al., 2008). Toch leunt de uitvoering op een associatief proces: om dat ene antwoord te vinden, moet iemand eerst breed zoeken en uiteenlopende verbindingen verkennen. De taak is dus convergent in de uitkomst, maar vereist een verbredend denkproces (Isen et al., 1987).
Gemiddelde effecten en variatie
Meta-analyses bevestigen dat positief affect gemiddeld samenhangt met hogere creativiteit, al zijn de gevonden effecten doorgaans klein tot bescheiden (Baas et al., 2008; Davis, 2009). Bovendien hangen de resultaten sterk af van het type taak en de onderzoeksopzet. De stelling dat positief affect creativiteit bevordert, is dan ook geen universele wetmatigheid. Ook onderzoek in werkcontexten laat zien dat de relatie niet stabiel is: er is veel variatie binnen personen (Amabile et al., 2005). Affect en creativiteit kunnen bij dezelfde persoon van dag tot dag verschillen. Dit onderstreept dat contextfactoren, zoals taakdruk en timing, een doorslaggevende rol spelen.
Motivationele intensiteit en aandacht
Een belangrijke latere nuancering betreft motivationele intensiteit: de mate waarin iemand gedreven is om een specifiek doel te bereiken (Gable & Harmon-Jones, 2010). Niet alle positieve ervaringen zijn hierin gelijk. Positieve ervaringen met een hoge benaderingsmotivatie (zoals een sterk verlangen) leiden vaak tot een vernauwde aandacht. Positieve ervaringen met een lage benaderingsmotivatie (zoals tevredenheid) gaan juist samen met een bredere blik. Die vernauwing bij een hoge benaderingsmotivatie is functioneel: wie een doel wil grijpen, moet afleiding onderdrukken. Voor ideeënrijk verkennen is die tunnelvisie echter nadelig.
Dit inzicht helpt verklaren waarom positief affect creativiteit niet altijd bevordert. Het lost ook een schijnbare tegenstelling op in de literatuur over activatie. Hoewel een energieke (geactiveerde) stemming creativiteit vaak stimuleert, werkt die energie averechts zodra deze gepaard gaat met een dwingende doelurgentie (Baas et al., 2008). Het onderscheid is essentieel: activatie gaat over de hoeveelheid energie, motivationele intensiteit over de gerichtheid op een doel.
Creativiteit als verkennen en als uitwerken
Creativiteit is zelden een eendimensionaal proces. Vaak vraagt het om een wisselwerking tussen verkennen (ideeën genereren, perspectieven wisselen) en uitwerken (selecteren, aanscherpen en realiseren) (Amabile et al., 2005; Davis, 2009). Deze fasen stellen verschillende eisen aan onze aandacht. Verkennen profiteert van de brede blik en flexibiliteit die horen bij een lage motivationele intensiteit. Uitwerken vraagt juist om de focus en volharding die horen bij een hoge motivationele intensiteit. Open, ontspannen positieve ervaringen passen daarom beter bij de ideefase, terwijl doelgerichte positieve ervaringen functioneler zijn voor de uitvoeringsfase (Gable & Harmon-Jones, 2010).”
Context, betekenisgeving en een noodzakelijke precisering
In dit artikel wordt gesproken over positieve emoties en positief affect. Dit impliceert niet dat emoties vaste, onveranderlijke objecten in het brein zijn. Moderne emotietheorie benadrukt dat emoties constructies zijn: contextafhankelijke ervaringen die ontstaan uit interpretatie en betekenisgeving (Barrett, 2017a). De uitspraak dat ‘positieve emoties creativiteit bevorderen’ verwijst daarom niet naar een simpele oorzaak-gevolgrelatie. Het verwijst naar een patroon waarin bepaalde ervaringen samengaan met een specifieke aandachtstoestand. Creativiteit hangt primair samen met die aandacht (open of vernauwd), niet met het emotielabel op zichzelf. Wat overeind blijft, is een conditioneel patroon: positieve ervaringen ondersteunen creativiteit vooral wanneer zij een open, verkennende houding faciliteren. Zodra positieve ervaringen gepaard gaan met sterke doelurgentie, stimuleren zij eerder focus en uitvoering dan het breed verkennen van nieuwe ideeën (Gable & Harmon-Jones, 2010).
Samenvatting
- Fredrickson’s broaden-and-build-theorie stelde dat positieve emoties denken verbreden, wat creativiteit en ontdekkend gedrag stimuleert
- Empirisch bewijs bevestigt een verband, maar effecten zijn klein en sterk afhankelijk van taaktype, context en individuele variatie
- Motivationele intensiteit is cruciaal: positieve emoties met lage benaderingsmotivatie (tevredenheid) verbreden aandacht en bevorderen creativiteit, terwijl hoge benaderingsmotivatie (verlangen) aandacht vernauwt
- Creativiteit vraagt om verschillende fasen: verkennen profiteert van ontspannen positieve emoties (lage motivationele intensiteit) die aandacht verbreden, uitwerken vraagt juist doelgerichte positieve emoties (hoge motivationele intensiteit) die focus en volharding geven
- Conclusie: positieve emoties ondersteunen creativiteit niet universeel—het effect hangt af van de match tussen type positieve emotie (lage of hoge motivationele intensiteit) en de creatieve fase (verkennen of uitwerken)
Literatuur
- Amabile, T. M., Barsade, S. G., Mueller, J. S., & Staw, B. M. (2005). Affect and creativity at work. Administrative Science Quarterly, 50(3), 367–403.
- Baas, M., De Dreu, C. K. W., & Nijstad, B. A. (2008). A meta-analysis of 25 years of mood–creativity research: Hedonic tone, activation, or regulatory focus? Psychological Bulletin, 134(6), 779–806.
- Barrett, L. F. (2017a). The theory of constructed emotion: An active inference account of interoception and categorization. Social Cognitive and Affective Neuroscience, 12(1), 1–23.
- Davis, M. A. (2009). Understanding the relationship between mood and creativity: A meta-analysis. Organizational Behavior and Human Decision Processes, 108(1), 25–38.
- Fredrickson, B. L. (2001). The role of positive emotions in positive psychology: The broaden-and-build theory of positive emotions. American Psychologist, 56(3), 218–226.
- Gable, P. A., & Harmon-Jones, E. (2010). The motivational dimensional model of affect: Implications for breadth of attention, memory, and cognitive categorisation. Cognition and Emotion, 24(2), 322–337.
- Isen, A. M., Daubman, K. A., & Nowicki, G. P. (1987). Positive affect facilitates creative problem solving. Journal of Personality and Social Psychology, 52(6), 1122–1131.


0 reacties