De Social Progress Index (SPI) 2026 laat zien dat de wereld zich op een kantelpunt bevindt. Na decennia van gestage verbetering in kwaliteit van leven is de mondiale sociale progressie sinds 2021 tot stilstand gekomen en dreigt deze in meerdere opzichten om te slaan in achteruitgang. Net als in eerdere edities brengt de SPI sociale en ecologische prestaties van landen in kaart, los van economische indicatoren zoals het bbp.
Wat meet de SPI 2026?
De SPI 2026 meet 57 indicatoren van sociale en ecologische progressie in 171 landen, goed voor meer dan 99% van de wereldbevolking. De indicatoren zijn gegroepeerd in drie overkoepelende dimensies: basisbehoeften, fundamenten voor welzijn en kansen. Daarmee biedt de index een breed beeld van hoe samenlevingen erin slagen om hun inwoners in staat te stellen een waardig, veilig en betekenisvol leven te leiden.
De wereld op een keerpunt
De centrale boodschap van de SPI 2026 is somber. Na een periode van duidelijke vooruitgang tussen 2011 en 2020 is de wereldwijde sociale progressie sinds 2021 gestagneerd. De totale SPI-score nam nog licht toe, maar die stijging is fragiel en ongelijk verdeeld. De onderliggende trend wijst erop dat meerdere kerngebieden inmiddels structureel verslechteren.
Rechten zijn wereldwijd bijna zes punten gedaald sinds 2011 en bijna twee punten in de periode 2021–2025. Ook gezondheid, veiligheid en milieukwaliteit laten sinds 2021 een neerwaartse trend zien. Daarnaast is de progressie op terreinen als water en sanitatie, huisvesting en toegang tot informatie sterk vertraagd.
Van de 171 onderzochte landen zijn er 50 waar de sociale progressie is afgenomen. In 85 landen is geen betekenisvolle verandering zichtbaar. Slechts 36 landen laten verbetering zien. Bijna een derde van de landen ging er het afgelopen jaar op achteruit.
Autoritair en populistisch bestuur als drijvende kracht
Een belangrijke verklaring voor deze ontwikkeling is de opkomst van autoritair en populistisch leiderschap. Die trend trof in eerste instantie vooral rechten en vrijheden, maar werkt inmiddels door in andere domeinen van sociale progressie. Wanneer rechtsstatelijkheid, persvrijheid en gelijke rechten onder druk komen te staan, blijven negatieve effecten niet beperkt tot het politieke domein. Ze sijpelen door naar onderwijs, veiligheid, inclusiviteit en uiteindelijk ook naar gezondheid en welzijn.
► De SPI 2026 waarschuwt dat het risico reëel is dat de mondiale achteruitgang versnelt als deze erosie van rechten doorzet.
Chronische achteruitgang van rechten en vrijheden
De data laten een langdurige, mondiale daling zien in rechten en vrijheden. Indicatoren zoals gelijkheid voor de wet, individuele vrijheden en mogelijkheden tot maatschappelijke participatie bewegen al meer dan tien jaar neerwaarts. Regionaal gezien is er nauwelijks positief nieuws. Alleen Centraal-Azië en de Kaukasus laten sinds 2011 enige verbetering zien, maar deze regio blijft desondanks de laagst scorende ter wereld. Andere regio’s, waaronder Noord-Amerika en Europa, laten juist een geleidelijke maar consistente achteruitgang zien op het gebied van rechten en inspraak.
Bbp is niet bepalend voor sociale progressie
Net als in eerdere edities onderstreept de SPI 2026 dat economische groei geen garantie biedt voor sociale progressie. Hoewel economische middelen belangrijk zijn, verschillen landen sterk in de mate waarin zij hun welvaart weten om te zetten in sociale resultaten.
Denemarken en de Verenigde Staten hebben een vergelijkbaar bbp per hoofd van de bevolking, maar de sociale progressie in de VS ligt bijna tien punten lager. De VS presteert zelfs vergelijkbaar met landen als Letland, terwijl het Amerikaanse bbp per capita ongeveer twee keer zo hoog ligt. Deze vergelijking maakt duidelijk dat beleidskeuzes, instituties en maatschappelijke prioriteiten doorslaggevend zijn.
De Verenigde Staten in structurele achteruitgang
De SPI 2026 laat zien dat de Verenigde Staten sinds 2011 veertien plaatsen zijn gezakt op de ranglijst en op alle twaalf componenten van sociale progressie zijn teruggevallen. Rechten, huisvesting, hoger onderwijs, inclusiviteit, basisonderwijs en veiligheid zijn elk met meer dan drie punten gedaald.
Hoewel het Amerikaanse bbp per capita sinds 2011 sterk is gestegen – de VS staat inmiddels op de zevende plaats wereldwijd – is de sociale progressie in dezelfde periode afgenomen. In 2025 stond de VS nog slechts op de 32e plaats. De Europese Unie nam de VS al in 2019 voorbij en heeft inmiddels een voorsprong van ongeveer drie punten.
Conclusie
De SPI 2026 bevestigt en verdiept het beeld dat in eerdere jaren al zichtbaar werd: mondiale sociale progressie is geen vanzelfsprekendheid. Structurele erosie van rechten en vrijheden, gecombineerd met politieke instabiliteit en mondiale crises, ondermijnt wat decennialang is opgebouwd. Economische groei alleen blijkt onvoldoende om deze trend te keren.
► De data laten zien dat sociale progressie het resultaat is van bewuste keuzes: voor rechtsstatelijkheid, inclusiviteit, publieke voorzieningen en lange-termijnbeleid. Zonder die keuzes dreigt stagnatie over te gaan in duurzame achteruitgang.


0 reacties