Surplusproblemen: hoe problemen over problemen je tegenhouden

door | sep 20, 2025 | Progressiegericht werken | 0 Reacties

Surplusproblemen: hoe problemen over problemen je tegenhouden - Coert Visser, 2025

Iedereen kent het: een lastig vraagstuk groeit in je hoofd uit tot iets groters. Niet het probleem zelf slurpt dan de energie op, maar het probleem over het probleem: wat het allemaal zou betekenen. We noemen zulke problemen surplusproblemen. Hieronder staat kort wat ermee bedoeld wordt, hoe het ontstaat, waaraan je het herkent en welke interventies helpen.

Surplusproblemen: problemen over problemen

Een surplusprobleem is een secundair probleem: niet het primaire vraagstuk (bijvoorbeeld een conflict), maar de extra betekenislaag over dat vraagstuk (bijvoorbeeld: “er is vast iets mis met mij dat ik in dit conflict zit.”. In de literatuur zijn er diverse andere termen die er sterk aan verwant zijn, zoals zijn meta-worry/type-2 worry (“worry about worry”) in de metacognitieve therapie (Wells), en “fear of fear” of secundaire angst in angststoornismodellen. In al deze gevallen onderhoudt niet de gebeurtenis zelf, maar de interpretatie over de eigen reactie het lijden en de vermijding.

Relatie tot mindset en motivatie

Surplusproblemen kunnen ontstaan vanuit een statische mindset. Vanuit een statische mindset voelen fouten als bewijs van wie je “nu eenmaal bent”; vanuit een groeimindset wordt tegenslag gezien als informatie om van te leren. Vervolgens tast deze betekenislaag de psychologische basisbehoeften uit de zelfdeterminatietheorie aan: autonomie (ervaren regie), competentie (het gevoel dat je het kunt leren) en verbondenheid (je geaccepteerd weten). Wanneer de statische mindset de toon zet, dalen autonomie- en competentiebeleving en groeit het secundaire probleem.

Invloed van derden en van de maatschappij

Je eigen mindset kan dus surplusproblemen opwekken maar invloeden van buiten kunnen dat ook. Sommige vragen en opmerkingen van anderen kunnen surplusproblemen opwekken. We spreken dan van probleeminductie. Dit kan met de beste bedoelingen plaatsvinden maar ook met minder goede bedelingen. (Lees Van de wal in de sloot hulpverlening).

Vragen die dit effect kunnen hebben zijn bijvoorbeeld: “Waarom denk je dat je dit probleem hebt?”, en “Wat zegt dit probleem over jou?”. Opmerkingen die probleeminducerend kunnen werken, zijn bijvoorbeeld: “Dit trauma zal jou toch levenslang blijven volgen, dat moet je accepteren”, of: “Deze neiging van jou belemmert je op alle gebieden in je leven.”

Ook maatschappelijke prikkels (idealiserende reclames, sociale media) kunnen een gevoel aanjagen dat je tekortschiet en dat er iets mis is met je.

Drie soorten surplusproblemen

We kunnen verschillende soorten surplusproblemen onderscheiden die aansluiten bij drie attributiedimensies: permanentie, algemeenheid en personalisatie (hier kun je meer lezen over deze attributiedimensies). De onderstaande tabel laat voorbeelden zien:

Attributiedimensie Voorbeelden van surplusproblemen
Permanentie (dit zal altijd zo blijven)
  • “Dit gaat altijd zo bij mij.”
  • “Omdat het nu misgaat, zal het blijven misgaan.”
  • “Dat X gebeurt, bewijst dat dit nooit verandert.”
Algemeenheid (dit raakt alle aspecten van mijn functioneren)
  • “Omdat dit stuk misgaat, gaat alles mis.”
  • Eén fout zegt iets over al mijn werk.”
  • “Dat X gebeurt, zegt dat ik overal tekortschiet.”
Personalisatie (dit komt door hoe ik ben)
  • “Het ligt aan mij; er is iets mis met mij.”
  • Anderen zouden dit wél kunnen; ik niet.”
  • “Dat X gebeurt, zegt dat ik niet deug/geen talent heb.”

Interventies voor coaches

Niemand is veroordeeld tot surplusproblemen. De volgende tabel toont voorbeelden van interventies die coaches kunnen toepassen om hun cliënten te bevrijden van surplusproblemen. Betrap je jezelf op het hebben van surplusproblemen, dan kun je de interventies ook op jezelf toepassen.

Oplossing van surplusproblemen Interventies
Permanent → Tijdelijk
Algemeen → Specifiek
  • Waar speelt dit probleem zich precies af? (herken normale, specifieke oorzaken)
  • Welke specifieke omstandigheden of keuzes speelden hier een rol? (herken normale, specifieke oorzaken)
  • Waar let je de komende tijd op om te merken dat het in dit deel beter gaat? (progressiemonitoring)
  • Welke mogelijkheid of leerkans zie je hier? (accentueer positieve mogelijkheden)
Persoonlijk → Situationeel
  • Het is begrijpelijk dat je dit zo ervaart; deze gebeurtenis zegt niets definitiefs over wie of hoe je bent. (normaliseren; vermijd negatieve labels)
  • Je bent niet de enige; veel mensen herkennen dit. (communiceer: “je bent niet alleen”)
  • Welke specifieke omstandigheden of keuzes speelden hier een rol? (herken normale, specifieke oorzaken)
  • Hoe wil je dat de situatie eruit komt te zien? (gewenste situatievraag)

Conclusie

Surplusproblemen zijn begrijpelijk en normaal, maar onhandig. Gelukkig zijn we er niet toe veroordeeld. Door op andere manieren naar onszelf en onze situatie te gaan kijken, kunnen we onszelf ervan bevrijden. Dat maakt het vervolgens veel gemakkelijk om te werken aan het zetten van stapjes vooruit.

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (0)
  • Bruikbaar (0)

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

 

► UPDATES & REACTIES