Iedereen kent het: een lastig vraagstuk groeit in je hoofd uit tot iets groters. Niet het probleem zelf slurpt dan de energie op, maar het probleem over het probleem: wat het allemaal zou betekenen. We noemen zulke problemen surplusproblemen. Hieronder staat kort wat ermee bedoeld wordt, hoe het ontstaat, waaraan je het herkent en welke interventies helpen.
Surplusproblemen: problemen over problemen
Een surplusprobleem is een secundair probleem: niet het primaire vraagstuk (bijvoorbeeld een conflict), maar de extra betekenislaag over dat vraagstuk (bijvoorbeeld: “er is vast iets mis met mij dat ik in dit conflict zit.”. In de literatuur zijn er diverse andere termen die er sterk aan verwant zijn, zoals zijn meta-worry/type-2 worry (“worry about worry”) in de metacognitieve therapie (Wells), en “fear of fear” of secundaire angst in angststoornismodellen. In al deze gevallen onderhoudt niet de gebeurtenis zelf, maar de interpretatie over de eigen reactie het lijden en de vermijding.
Relatie tot mindset en motivatie
Surplusproblemen kunnen ontstaan vanuit een statische mindset. Vanuit een statische mindset voelen fouten als bewijs van wie je “nu eenmaal bent”; vanuit een groeimindset wordt tegenslag gezien als informatie om van te leren. Vervolgens tast deze betekenislaag de psychologische basisbehoeften uit de zelfdeterminatietheorie aan: autonomie (ervaren regie), competentie (het gevoel dat je het kunt leren) en verbondenheid (je geaccepteerd weten). Wanneer de statische mindset de toon zet, dalen autonomie- en competentiebeleving en groeit het secundaire probleem.
Invloed van derden en van de maatschappij
Je eigen mindset kan dus surplusproblemen opwekken maar invloeden van buiten kunnen dat ook. Sommige vragen en opmerkingen van anderen kunnen surplusproblemen opwekken. We spreken dan van probleeminductie. Dit kan met de beste bedoelingen plaatsvinden maar ook met minder goede bedelingen. (Lees Van de wal in de sloot hulpverlening).
Vragen die dit effect kunnen hebben zijn bijvoorbeeld: “Waarom denk je dat je dit probleem hebt?”, en “Wat zegt dit probleem over jou?”. Opmerkingen die probleeminducerend kunnen werken, zijn bijvoorbeeld: “Dit trauma zal jou toch levenslang blijven volgen, dat moet je accepteren”, of: “Deze neiging van jou belemmert je op alle gebieden in je leven.”
Ook maatschappelijke prikkels (idealiserende reclames, sociale media) kunnen een gevoel aanjagen dat je tekortschiet en dat er iets mis is met je.
Drie soorten surplusproblemen
We kunnen verschillende soorten surplusproblemen onderscheiden die aansluiten bij drie attributiedimensies: permanentie, algemeenheid en personalisatie (hier kun je meer lezen over deze attributiedimensies). De onderstaande tabel laat voorbeelden zien:
| Attributiedimensie | Voorbeelden van surplusproblemen |
| Permanentie (dit zal altijd zo blijven) |
|
| Algemeenheid (dit raakt alle aspecten van mijn functioneren) |
|
| Personalisatie (dit komt door hoe ik ben) |
|
Interventies voor coaches
Niemand is veroordeeld tot surplusproblemen. De volgende tabel toont voorbeelden van interventies die coaches kunnen toepassen om hun cliënten te bevrijden van surplusproblemen. Betrap je jezelf op het hebben van surplusproblemen, dan kun je de interventies ook op jezelf toepassen.
| Oplossing van surplusproblemen | Interventies |
| Permanent → Tijdelijk |
|
| Algemeen → Specifiek |
|
| Persoonlijk → Situationeel |
|
Conclusie
Surplusproblemen zijn begrijpelijk en normaal, maar onhandig. Gelukkig zijn we er niet toe veroordeeld. Door op andere manieren naar onszelf en onze situatie te gaan kijken, kunnen we onszelf ervan bevrijden. Dat maakt het vervolgens veel gemakkelijk om te werken aan het zetten van stapjes vooruit.


0 reacties