Tijdsarmoede: meer geld, minder tijd

door | feb 5, 2026 | Progressiegericht werken, Zelfdeterminatietheorie | 0 Reacties

Tijdsarmoede meer geld, minder tijd

De beroemde econoom John Maynard Keynes voorspelde in 1930 nog dat technologische vooruitgang ons zou bevrijden van langdurige arbeid en zou resulteren in overvloedige vrije tijd. Die voorspelling is niet uitgekomen. Het tegendeel blijkt waar. Het fenomeen “tijdsarmoede” beschrijft het chronische gevoel te veel te doen te hebben met onvoldoende beschikbare tijd (Giurge et al., 2020). Het gaat hierbij niet simpelweg om druk zijn, maar om een aanhoudend ervaren tekort dat doorwerkt in welzijn, gezondheid en productiviteit. Onderzoekers ontdekten dat tijdsarmoede een systemisch probleem is geworden dat dwars door inkomensgroepen heen snijdt.

Subjectieve perceptie versus objectieve tijd

Een belangrijke nuance in het onderzoek naar tijdsarmoede is het onderscheid tussen objectieve en subjectieve tijdsarmoede. Traditioneel werd tijdsarmoede gemeten via tijdsbestedingsonderzoeken, waarbij onderzoekers simpelweg de uren besteed aan werk en huishoudelijke taken aftrokken van de totale beschikbare tijd. Zheng et al. (2022) toonden echter aan dat deze objectieve maatstaf tekortschiet. Iemand kan objectief gezien “vrije” uren hebben, maar zich toch tijdsarm voelen.

Dit inzicht leidde tot het concept perceived time poverty (ervaren tijdsarmoede): de subjectieve perceptie van een tekort aan vrij besteedbare tijd (freely disposable time; FDT). FDT is de tijd die overblijft nadat voldaan is aan fysiologische noodzakelijkheden zoals slapen en eten, verplichtingen zoals werk en woon-werkverkeer, en toewijdingen zoals zorgtaken (Zheng et al., 2022). Om dit betrouwbaar te meten, ontwikkelden zij de Perceived Time Poverty Scale (PTPS), een zesitemschaal die werd gevalideerd in vier onafhankelijke steekproeven in verschillende culturen.

Een recente dagboekstudie van Dong en Sun (2025) onder 347 werkende volwassenen onderstreept dit punt. Zij identificeerden vier voorspellers van subjectieve tijdsarmoede:

  1. de intensiteit waarmee activiteiten op elkaar worden gepakt,
  2. de versnippering van tijd in kleine onbruikbare blokjes (ook wel “tijdconfetti” genoemd),
  3. het ontbreken van momenten van volledige absorptie in een taak (flow), en
  4. het gevoel dat tijd wordt besteed aan “moeten” in plaats van “willen”. De kwaliteit en autonomie van de resterende tijd blijken relevanter dan de hoeveelheid.

Drukte als statussymbool

Een complicerende factor is de culturele waardering van “druk zijn”. Socioloog Jonathan Gershuny stelde dat werk, niet vrije tijd, tegenwoordig de maatstaf vormt voor sociale status. Dit fenomeen, “drukte als status” genoemd, creëert een paradox: mensen klagen over tijdsarmoede, maar etaleren dit tegelijkertijd als bewijs van hun belangrijkheid (Giurge et al., 2020). Dit maakt het bestrijden van tijdsarmoede complex, omdat het een fundamentele herziening vereist van wat wij als succesvol beschouwen.

Gevolgen voor besluitvorming en welzijn

Tijdsarmoede heeft consequenties voor hoe mensen beslissingen nemen. Zhu et al. (2018) beschreven het mere urgency effect: de neiging van mensen om onder tijdsdruk taken te kiezen met een korte deadline, zelfs wanneer deze taken minder belangrijk zijn dan taken zonder deadline. Tijdsdruk creëert een soort tunnelvisie waarbij het brein focust op het onmiddellijke. Het beantwoorden van een e-mail geeft een snelle voldoening, terwijl langetermijndoelen systematisch worden uitgesteld.

Dit raakt aan de zelfdeterminatietheorie (Ryan en Deci, 2017) die stelt dat mensen drie psychologische basisbehoeften hebben: autonomie, competentie en verbondenheid. Tijdsarmoede ondermijnt alle drie. Het gevoel “geleefd” te worden door de agenda tast de autonomie aan. Door constante haast kunnen mensen zelden taken met diepe aandacht uitvoeren, wat het gevoel van competentie ondermijnt. En relaties kosten tijd; tijdsarme individuen bezuinigen vaak als eerste op sociale tijd, wat verbondenheid schaadt.

Onderzoek van Zheng et al. (2025) onder leraren suggereert dat tijdsarmoede samenhangt met emotionele uitputting, wat vervolgens geassocieerd is met verminderd subjectief welzijn. Tijdsarmoede hangt ook samen met ongezonder gedrag: mensen die zich tijdsarm voelen, koken minder vaak gezond, bewegen minder en stellen vaker medische zorg uit (Giurge et al., 2020).

Ongelijke verdeling

Tijdsarmoede is niet gelijk verdeeld. Vrouwen rapporteren wereldwijd hogere niveaus dan mannen, wat grotendeels wordt toegeschreven aan de “second shift“: een term geïntroduceerd door sociologe Arlie Hochschild (1989) voor het fenomeen dat vrouwen na hun betaalde werkdag vaak een tweede dienst van onbetaald huishoudelijk werk en zorgtaken verrichten.

Experimenteel onderzoek

De meeste bevindingen over tijdsarmoede zijn gebaseerd op correlationeel onderzoek, wat geen uitspraken over oorzaak en gevolg toelaat. Er is echter ook experimenteel onderzoek. In een veldexperiment in Kenia kregen werkende moeders willekeurig toegewezen ofwel contante steun ofwel vouchers voor tijdbesparende diensten (Whillans en West, 2021). De groep die tijdbesparende diensten ontving, rapporteerde significant lagere stressniveaus. Dit experiment toont aan dat het verminderen van tijdsarmoede kan leiden tot verbeterd welzijn. Opvallend: slechts zes procent van de ondervraagde beleidsmakers zou spontaan in dergelijke maatregelen investeren, wat wijst op een blinde vlek voor vrouwelijke tijdsarmoede.

Praktische tips

Op basis van het onderzoek kunnen de volgende aanbevelingen worden geformuleerd.

Voor individuen:

  1. Overweeg tijdbesparende diensten. Onderzoek suggereert dat uitgaven aan schoonmaakhulp of maaltijdbezorging samenhangen met een hoger welzijn, ook voor mensen met een gemiddeld inkomen (Whillans et al., 2017).
  2. Bescherm ononderbroken tijdsblokken. Plan dagelijks minimaal één blok van 60-90 minuten zonder onderbrekingen voor taken die aandacht vereisen.
  3. Kies bewust. Vraag jezelf af of beslissingen gebaseerd zijn op geld of op tijd. Een baan met kortere reistijd kan meer welzijn opleveren dan een hoger salaris.

Voor organisaties:

  1. Monitor signalen van tijdsarmoede. Gebruik indicatoren zoals totaal gewerkte uren, opgenomen verlof en tijd in vergaderingen om risico’s vroegtijdig te herkennen.
  2. Voer energiegesprekken. Verschuif het gesprek van “Is het af?” naar “Hoe is je energiebalans?” Dit creëert ruimte om grenzen te bespreken.
  3. Stel bereikbaarheidsnormen vast. Maak afspraken over e-mailtijden en beschikbaarheid buiten werktijd.

Tot slot

Tijd is een belangrijke psychologische hulpbron. Wie vooruitgang wil boeken op doelen die ertoe doen, heeft aandacht nodig. En aandacht vereist tijd die vrij is van de druk van constante verplichtingen.

 

Literatuurlijst

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (1)
  • Bruikbaar (1)

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

 

► UPDATES & REACTIES