Waarom intrinsieke motivatie het verschil maakt bij goede voornemens

door | jan 5, 2026 | Zelfdeterminatietheorie | 0 Reacties

Waarom intrinsieke motivatie het verschil maakt bij goede voornemens

In januari nemen veel mensen zich van alles voor. Gezonder eten, vaker bewegen, meer sparen, minder afleiding. Meestal kiezen we zulke voornemens omdat ze verstandig zijn en op de lange termijn iets opleveren. En toch zakt het vaak weg zodra het gewone leven weer op stoom is. Woolley et al. (2025) bieden een verklaring die tegelijk simpel en praktisch is: wat je belangrijk vindt, helpt vooral bij het kiezen van een voornemen, maar voorspelt nauwelijks of je het volhoudt. Wat wél samenhangt met volhouden is intrinsieke motivatie: de mate waarin het doen zelf prettig, interessant of bevredigend voelt.

Intrinsieke en extrinsieke motivatie

De paper maakt een helder onderscheid:

  • Extrinsieke motivatie betekent dat je het doel nastreeft vanwege de uitkomst: het is nuttig, verstandig, of belangrijk voor later (bijvoorbeeld: hardlopen om af te vallen).
  • Intrinsieke motivatie betekent dat je het doel nastreeft omdat de activiteit zelf al iets positiefs oplevert (bijvoorbeeld: hardlopen omdat je het fijn vindt om buiten te zijn, of omdat je het prettig vindt om je lichaam aan het werk te voelen).

Het opvallende is niet dat extrinsieke redenen onbelangrijk zijn. Het opvallende is dat ze, in deze studies, geen betrouwbare voorspeller blijken van doeltrouw. Mensen kunnen een doel heel belangrijk vinden en toch stoppen. De beslissende factor blijkt vaker: “hoe voelt het om dit te doen, telkens opnieuw?”

Vier studies

Woolley et al. onderbouwen hun conclusie met vier studies die elkaar versterken: een jaar lang volgen, een replicatie in een andere cultuur, een gedragsmaat met controle, en een experiment dat laat zien dat een intrinsieke focus gedrag kan verhogen.

  • Study 1: Een jaar lang volgen in de VS: In de eerste studie werden 2.000 volwassenen in de VS gevolgd met vier meetmomenten verspreid over een jaar. De onderzoekers maten telkens hoe intrinsiek en extrinsiek gemotiveerd deelnemers waren voor hun eigen voornemen, en hoe goed zij het volhielden. Het patroon was consistent: intrinsieke motivatie voorspelde latere doeltrouw, extrinsieke motivatie niet.
  • Study 2: Replicatie in China: De tweede studie herhaalde dit idee rond Chinees Nieuwjaar. Vijfhonderd deelnemers startten, en 267 deden mee aan de follow-up na een maand. Ook hier hing intrinsieke motivatie samen met beter volhouden, terwijl extrinsieke motivatie dat niet deed.
  • Study 3: Gedrag in plaats van alleen zelfrapportage: De derde studie ging over een concreet domein: meer lopen. Deelnemers moesten screenshots uploaden van hun stappenteller-app, zodat het gedrag (stappen over twee weken) niet alleen op gevoel hoefde te worden gerapporteerd. Ook hier gold: wie hoger scoorde op intrinsieke motivatie liep gemiddeld meer; extrinsieke motivatie liet dat verband niet zien.
  • Study 4: Een experiment met een gezondheidsapp: De vierde studie testte causaliteit. Deelnemers gebruikten 24 uur een gezondheidsapp (Yuka) waarmee je producten kunt scannen. Vooraf kregen ze één van twee frames: een frame dat de activiteit neerzette als speels/ontdekkend (intrinsieke focus), of een frame dat de activiteit neerzette als nuttig/informatief (extrinsieke focus). Daarna bleken deelnemers in de intrinsieke conditie meer dan 25% meer producten te scannen in de daaropvolgende 24 uur. Dat is precies het soort resultaat dat je verwacht als de beleving tijdens het doen gedrag echt helpt dragen.

Waarom “belangrijk” vaak niet genoeg is

Extrinsieke redenen hebben hun zwaartepunt in de toekomst. Dat maakt ze kwetsbaar: de toekomst moet telkens opnieuw “meegewogen” worden tegenover directe prikkels van het moment (drukte, vermoeidheid, verleiding, andere taken). Intrinsieke motivatie werkt anders: het voordeel zit niet alleen in later, maar in het nu. Elke uitvoering kan direct iets opleveren—en juist dat maakt herhaling waarschijnlijker.

Dit helpt ook verklaren waarom mensen vaak verrast zijn door hun eigen afhaken. Ze denken: “als ik maar blijf herhalen dat het belangrijk is, dan lukt het wel.” De bevindingen in deze paper suggereren dat je dan vooral harder drukt op een pedaal dat minder grip heeft dan je dacht.

Drie manieren om je kans op volhouden te vergroten

De implicaties lijken helder: vergroot de kans dat het gedrag tijdens het doen iets positiefs oplevert. Drie ontwerpkeuzes liggen daarbij voor de hand.

  1. Kies een vorm die je graag herhaalt. Als je doel “meer bewegen” is, kan de beste route de route zijn die je met plezier blijft doen—ook als die minder “efficiënt” lijkt dan de optie waar je snel op afknapt.
  2. Maak de activiteit rijker in directe positieve momenten. Dat kan zitten in variatie, een prettige context, een passende uitdaging, of een vorm die beter bij je past. Het gaat niet om oppervlakkig opleuken, maar om het ontwerpen van een routine die in het moment beter voelt.
  3. Verleg je aandacht van uitkomst naar ervaring. Het app-experiment laat zien dat framing uitmaakt: dezelfde activiteit kan meer gedrag opleveren wanneer je de aandacht richt op ontdekken, nieuwsgierigheid of het speelse element, dan wanneer je de aandacht richt op nut en belang.

Conclusie

Woolley et al. (2025) laten met vier studies zien dat goede voornemens vaak worden gekozen vanuit extrinsieke redenen, maar dat intrinsieke motivatie de sterkere voorspeller is van volhouden—over tijd, in verschillende culturen, en ook wanneer je naar gedrag kijkt. Wie voornemens een serieuze kans wil geven, doet er daarom goed aan om niet alleen te denken in termen van “dit is belangrijk”, maar vooral in termen van: “hoe kan het zó worden ingericht dat het doen zelf beter gaat dragen?”

Referentie

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (1)
  • Bruikbaar (1)

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

 

► UPDATES & REACTIES