De verschillende effecten van de vervulling en frustratie van basisbehoeften

door | mrt 6, 2023 | Zelfdeterminatietheorie | 2 reacties

De verschillende effecten van de vervulling en frustratie van basisbehoeften

Binnen de zelfdeterminatietheorie is al jarenlang veel aandacht voor de positieve effecten van de ondersteuning van de psychologische basisbehoeften. Er is wat minder aandacht geweest voor de ondermijning van motivatie en functioneren door behoeftenfrustratie. Een nieuw onderzoek kijkt naar beide.

Het belang van de psychologische basisbehoeften

Veel onderzoek binnen de zelfdeterminatietheorie (ZDT) heeft het grote belang van de universele psychologische basisbehoeften laten zien.

Behoeftenbevrediging en behoeftenfrustratie

Het meeste onderzoek binnen de ZDT heeft zich tot nu toe gericht op de effecten van behoeftenondersteuning. Behoeftenfrustratie is minder uitgebreid onderzocht. In dit artikel kun je enkele voorbeelden lezen van dingen die bijdragen aan behoeftenondersteuning en dingen die behoeftenfrustratie in de hand werken.

Uit het onderzoek dat tot nu toe al wel is gedaan, wordt echter steeds duidelijker dan naast het ondersteunen van de basisbehoeften het ook belangrijk is om de frustratie van de basisbehoeften te proberen te voorkomen (lees meer). (Zie ook dit en dit).

Het belang van een tweesporenaanpak

Recent zijn we ons steeds bewuster van de noodzaak om niet alleen nuttige dingen te doen maar tevens bewust schadelijke dingen achterwege te laten (lees meer). Het alleen doen van het goed is niet voldoende. Het achterwege laten van het slechte is ook belangrijk. We hebben dus een tweesporenaanpak nodig.

Voorkomen van behoeftenfrustratie nog belangrijker dan behoeftenbevrediging?

Er is zelf een reden om te vermoeden dat het achterwege laten van het slechte misschien nog belangrijk is dan het doen van het goede. Deze reden heeft te maken met de negativiteitsbias. Dit is verschijnsel dat we negatieve informatie gemakkelijker opmerken dan positieve informatie en dat we geneigd zijn om meer gewicht toe te kennen aan negatieve informatie dan aan positieve.

Psychologen vertalen de negativiteitsbias weleens als volgt: negatief is sterker dan positief. Is daarom het achterwege laten van het negatieve wellicht nog belangrijker dan het doen van het positieve? Is het trachten te voorkomen van behoeftenfrustratie nog belangrijker dan het bevredigen van de basisbehoeften?

Onderzoek Coxen et al. (2023)

Een nieuw onderzoek van Lynelle Coxen et al. (2023) werpt enig licht op deze vraag. De studie van deze onderzoekers had tot doel de dubbele paden (naar welzijn en onwelzijn) van dagelijkse behoeftebevrediging en frustratie via de verschillende motivatieregelingen te begrijpen. Ze vergeleken ook of dagelijkse behoeftebevrediging sterker gerelateerd was aan positieve uitkomsten dan behoeftenfrustratie en of behoeftenfrustratie sterker geassocieerd was met ongunstige uitkomsten.

Er werd gebruik gemaakt van een intensief longitudinaal kwantitatief onderzoeksdesign met een multilevel benadering. Werknemers in kleine en middelgrote ondernemingen werd gevraagd dagelijks enquêtes in te vullen gedurende 10 werkdagen (N = 68/n = 557). De gegevens werden geanalyseerd met behulp van multilevel structural equation modeling.

Resultaten

De onderstaande diagrammen vatten de resultaten van de studie samen:

Uit de resultaten bleek dat zowel dagelijkse behoeftenbevrediging als frustratie een indirecte invloed hadden op werkbetrokkenheid en uitputting via intrinsieke motivatie.

Het indirecte effect van dagelijkse behoeftenbevrediging op werkbetrokkenheid was groter dan behoeftenfrustratie, terwijl dagelijkse behoeftenfrustratie sterker gerelateerd was aan uitputting via intrinsieke motivatie.

Conclusie

Dit onderzoek laat niet zien dat de effecten van behoeftenfrustratie sterker zijn dan die van behoeftenondersteuning. Ze zijn wel anders.

Behoeftenondersteuning draagt bij aan intrinsieke motivatie en werkbetrokkenheid. Behoeftenfrustratie vergroot de kans op amotivatie en uitputting.

Een tweesporenbeleid is daarom nodig waarbij tegelijkertijd de basisbehoeften van individuen wordt ondersteund en bewust behoeftenfrustratie wordt voorkomen.

 

Lees ook:

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (2)
  • Bruikbaar (0)

2 Reacties

  1. Coert Visser

    Open link

    ► Dit onderzoek van Barański et al. (2024) richt zich op de relatie tussen de frustratie van basispsychologische behoeften en copingstijlen, met de mediërende rol van stress. Volgens de theorie van basispsychologische behoeften zijn er drie universele psychologische behoeften: autonomie, competentie en verbondenheid. De bevrediging van deze behoeften is een bron van welzijn en ontwikkeling, terwijl hun frustratie leidt tot onbehagen en de noodzaak om om te gaan met acties die onaangename spanning verminderen, of die tekorten substitueren of compenseren. Het onderzoek omvatte 626 deelnemers (42,65% vrouwen) tussen 18 en 40 jaar oud. Er werden verschillende meetinstrumenten gebruikt, waaronder de PSS-10 voor stress, COPE voor copingstijlen, en BPNS&FS voor de bevrediging en frustratie van basispsychologische behoeften. Uit de exploratieve factoranalyse van COPE resultaten werden vier copingstijlen onderscheiden: probleemgericht, emotiegericht, betekenisgericht en vermijdingsgericht.

    Er werd gevonden dat frustratie van basispsychologische behoeften positief geassocieerd is met waargenomen stress en de neiging tot het ontwikkelen van een vermijdingsgerichte copingstijl. Er waren zowel directe als indirecte effecten – via waargenomen stress – van behoeftefrustratie op copingstijlen, met name de vermijdingsgerichte copingstijl. Dit suggereert dat de frustratie van basispsychologische behoeften direct en door middel van waargenomen stress kan leiden tot de vorming van een vermijdingsgerichte copingstijl.

    Antwoord
  2. Coert Visser

    Open link ► Dit artikel van Marsh et al. (2025) laat zien dat schoolleiders vaak opereren in wat de auteurs de Begrensde-autonomieparadox noemen: een situatie waarin zij weliswaar formele autoriteit bezitten, maar in de praktijk hun daadwerkelijke handelingsvrijheid sterk beperkt zien door externe controles en regeldruk. Gebaseerd op een uitgebreide analyse van data van 1.950 Australische schoolleiders, tonen de auteurs aan dat de drie psychologische basisbehoeften uit de Zelfdeterminatietheorie — autonomie (het gevoel van keuzevrijheid), competentie (zich bekwaam voelen) en verbondenheid (sociale steun ervaren) — functioneren via twee gescheiden sporen. Het onderzoek bevestigt dat het bevredigen van deze behoeften en het frustreren ervan wezenlijk verschillende processen zijn met andere uitkomsten. Waar de bevrediging van behoeften, die wordt gevoed door beschikbare hulpbronnen, voornamelijk leidt tot positieve uitkomsten zoals welzijn en professionele toewijding, leidt de frustratie ervan, die wordt aangedreven door hoge werkeisen, direct tot psychisch onwelzijn (ill-being), burnout en de intentie om te vertrekken. Een cruciaal inzicht is dat actieve frustratie van autonomie aanzienlijk schadelijker is dan simpelweg een gebrek aan bevrediging; dit hangt nauw samen met een gebrek aan inspraak en ervaren onrechtvaardigheid. De studie concludeert dat om de crisis in schoolleiderschap effectief aan te pakken, beleidsmakers niet alleen moeten focussen op het stimuleren van groei, maar vooral prioriteit moeten geven aan het elimineren van factoren die de autonome motivatie actief ondermijnen, aangezien leiders met formele macht zonder praktische discretie (daadwerkelijke beslissingsbevoegdheid) het grootste risico lopen op uitval.

    Antwoord

Laat een reactie achter voor Coert Visser Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

 

► UPDATES & REACTIES